Fiscaal

Lagere rc-schuld leidt bij aandelenoverdracht tot minder vervreemdingsvoordeel

gepubliceerd op: 20 mei 2026

Een dga verkoopt in 2019 al zijn aandelen in een bv voor € 5.000. Hij komt met de koper overeen dat deze de rekening-courantschuld aan de bv overneemt. Uit de Vpb-aangifte 2018 blijkt deze schuld eind 2018 € 287.419 te bedragen. De aandelen zijn in 2019 geleverd aan de koper. In 2020 gaat de bv failliet. De inspecteur legt een IB-navorderingaanslag 2019 op.  Daarbij neemt hij een vervreemdingsvoordeel uit aanmerkelijk belang in aanmerking van € 274.268. Dit is de koopsom van € 5.000 vermeerderd met de rekening-courantschuld van € 287.419 verminderd met de verkrijgingsprijs van € 18.151. Is dat terecht?

De dga meent dat het vervreemdingsvoordeel € 5.000 bedraagt omdat de koper de bv heeft overgenomen inclusief de rekening-courantschuld en deze schuld niet meer aflosbaar was.

Hof Den Bosch is het met de inspecteur eens dat de overeenkomst niet onder normale omstandigheden is gesloten. Daarom kan niet worden uitgegaan van de overeengekomen overdrachtsprijs voor aandelen. Als tegenprestatie moet worden aangemerkt de waarde die ten tijde van de vervreemding en verkrijging in het economische verkeer aan de aandelen kan worden toegekend.

Volwaardige rekening-courantschuld?

De inspecteur stelt dat de rekening-courantschuld daarbij als volwaardig meetelt. Het hof oordeelt echter dat de inspecteur dit niet aannemelijk maakt. Het hof acht het niet onaannemelijk dat de rekening-courantschuld op enig moment in de tijd is opgelopen tot het door de inspecteur genoemde bedrag. Dat betekent echter niet dat de waarde ervan op 31 december 2018 gelijk was aan dit bedrag. Gesteld noch gebleken is dat de rekening-courantschuld opeisbaar was, dat de dga een rente was verschuldigd en dat hij zekerheden had gesteld.

Vaststelling vervreemdingsvoordeel

Volgens de dga kan hij de schuld niet aflossen door zijn leeftijd (inmiddels 60 jaar), zijn gezondheidsbeperkingen en de zware werk- en privéomstandigheden. Tot slot is niet gebleken dat het vermogen van de dga meer omvat dan een eigen woning waarop een hypotheek rust. Op grond van dit alles acht het hof aannemelijk dat de rekening-courantschuld grotendeels oninbaar zou zijn geweest. Het hof stelt de waarde van de rekening-courantschuld in goede justitie vast op € 49.000. Het vervreemdingsvoordeel bedraagt daardoor € 35.849 (€ 5.000 plus € 49.000 minus € 18.151).

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.