Leegstandsheffing in werking getreden
Sinds 21 maart 2026 kunnen gemeenten een leegstandsheffing opleggen aan vastgoedeigenaren die woningen langer dan een jaar leeg laten staan. Het besluit dat hen daartoe de bevoegdheid geeft, is op 20 maart jl. gepubliceerd. Gemeenten kunnen deze heffing inzetten als prikkel voor woningeigenaren om leegstaande woningen te gaan verhuren of verkopen, zodat het woningaanbod toeneemt. Gemeenten mogen zelf bepalen hoe hoog de heffing moet zijn. Zij moeten hierover een besluit nemen waarin onder meer de heffingsmaatstaf is vastgelegd. Dat kan een vast bedrag zijn of een oplopende heffing, bijvoorbeeld gebaseerd op de WOZ-waarde.
De facultatieve leegstandsheffing komt voort uit een amendement bij de Fiscale Verzamelwet 2026. Vanaf het moment dat de leegstandsheffing is opgenomen in een lokale belastingverordening, begint de periode van een jaar leegstand te lopen. Daarna kan de gemeente de heffing opleggen. Voorlopig geldt de leegstandsheffing alleen voor woningen. Dit kan later worden uitgebreid naar andere onroerende zaken.
Wijziging Leegstandswet op komst
De leegstandsheffing kan worden ingezet in combinatie met bestaande instrumenten uit de Leegstandswet. Er wordt momenteel gewerkt aan een wijziging van deze wet, zodat gemeenten effectievere bevoegdheden krijgen om leegstand aan te pakken. Zo kan een gemeente na de wijziging:
- een collectieve vergunning afgeven voor tijdelijke verhuur. Dit geldt dan alleen voor woonruimtes in een gebouw en bij sloop en (ver)nieuwbouw;
- het elektriciteitsverbruik van een pand opvragen om te controleren of het pand leegstaat;
- een verplichting opleggen om een langdurig leegstaand pand weer in gebruik te nemen of geven.
Het wetsvoorstel tot wijziging van de Leegstandswet is vorig jaar geconsulteerd en gaat binnenkort naar de Raad van State voor advies.