Fiscaal

Prejudiciële vraag in massaalbezwaarprocedure tegen box-3-heffing 2017

gepubliceerd op: 08 oktober 2020

Een man maakt bezwaar tegen de box-3-heffing 2017. Hij meent dat deze heffing op stelselniveau in strijd is met het Europees recht en bij hem leidt tot een buitensporige last. De inspecteur splitst het bezwaar en merkt het voor wat betreft de stelselvraag aan als massaal bezwaar. Het deel dat ziet op de individuele buitensporige last, wijst hij af. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden is niet duidelijk hoe een bezwaar tegen de box-3-heffing dat zowel ziet op de stelselvraag als op een individuele vraag, moet worden behandeld. Daarom stelt zij een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad en houdt een verdere beslissing aan totdat die vraag is beantwoord.

Het hof legt de volgende prejudiciële vraag voor aan de Hoge Raad:

‘Dient de (feiten)rechter in belastingzaken in gevallen als het onderhavige, waarin de aanwijzing massaal bezwaar een rechtsvraag betreft, terwijl een daarmee verband houdende individuele vraag niet als zodanig is aangewezen:

  1. een beslissing te geven over uitsluitend de individuele vraag, ook al is die van subsidiaire aard ten opzichte van de rechtsvraag waarvoor de aanwijzing massaal bezwaar geldt; dan wel:
  2. een beslissing te geven over zowel de stelselvraag als de individuele vraag, gezien het verband tussen die respectieve vragen; dan wel:
  3. de individuele uitspraak (op bezwaar) te vernietigen, de zaak terug te wijzen naar de inspecteur en hem op te dragen de beslissing inzake de individuele vraag aan te houden totdat de collectieve uitspraak zoals bedoeld in artikel 25e van de AWR is gedaan; en/of:
  4. enige andere beslissing dan de in deze varianten genoemde te geven?’
Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.