Start wetgevingstraject Wet werkelijk rendement box 3
Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is ingediend bij de Tweede Kamer. Daarmee start het wetgevingstraject naar een nieuw box-3-stelsel van belastingheffing over het werkelijke inkomen uit vermogen. De beoogde inwerkingtredingsdatum is 1 januari 2028. Daarvoor moet de Tweede Kamer het wetsvoorstel volgens staatssecretaris Van Oostenbruggen uiterlijk op 15 maart 2026 hebben aangenomen. Banken, verzekeraars en andere (financiële) instellingen hebben dan voldoende tijd om hun software aan te passen aan het nieuwe stelsel. Inhoudelijk wordt alvast een wijziging aangekondigd, die in een nota van wijziging zal worden opgenomen.
De wijziging betreft de definitie van een startup, die meer aansluit bij de atypische aspecten van dit type onderneming. Verder zijn er geen andere wijzigingen ten opzichte van wat er tot nu toe naar buiten is gekomen over het voorgenomen nieuwe box-3-stelsel. Het directe rendement (rente, dividend, huuropbrengsten, etc. met aftrek van kosten) en het indirecte rendement (waardeontwikkelingen) uit vermogen zullen worden belast in box 3. In het laatste geval zal dat in beginsel een jaarlijkse vermogensaanwasbelasting zijn. Alleen voor onroerende zaken en aandelen in een startup zal dat een vermogenswinstbelasting zijn bij verkoop. Onder ‘onroerende zaken’ vallen in dit verband ook gebruiksrechten die direct of indirect betrekking hebben op onroerende zaken. Tot slot zal een verlies in box 3 verrekend kunnen worden met box-3-inkomen uit toekomstige jaren