Fiscaal

Geen uitbetaling gecombineerde heffingskorting bij ontbreken inkomen

gepubliceerd op: 22 mei 2025

Een man en een vrouw zijn in 2016 fiscale partners. De man geeft in zijn IB-aangifte 2016 een box-1-inkomen aan van nihil. De vrouw is in 2016 geen inkomensheffing verschuldigd. De inspecteur legt de man een voorlopige aanslag op conform de ingediende IB-aangifte 2016. Daarbij ontvangt de man € 2.242 terug aan gecombineerde heffingskortingen. Bij de vaststelling van de definitieve aanslag IB 2016 past de inspecteur geen uitbetaling van de heffingskortingen toe en moet de man de ontvangen gecombineerde heffingskortingen terugbetalen. Is dat terecht?

Hof Den Bosch stelt vast dat de inkomensheffing van de man en vrouw in 2016 nihil is. Op grond van de wettelijke regeling komt de man dan niet in aanmerking voor de uitbetaling van de gecombineerde heffingskorting. De inspecteur heeft dan ook terecht geen uitbetaling van heffingskortingen toegepast. De man moet daarom de ontvangen heffingskortingen terugbetalen, verhoogd met belastingrente.

De wettelijke regeling
De uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de partner met weinig of geen inkomen vindt plaats onder de volgende voorwaarden:

  • De partner met weinig of geen inkomen moet geboren zijn vóór 1963 (de man voldeed aan deze voorwaarde).
  • De partner van degene met weinig of geen inkomen moet voldoende inkomensheffing afdragen (aan deze voorwaarde werd in deze zaak niet voldaan, omdat de inkomensheffing van beide partners nihil was).
Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.