Fiscaal

Voordeel verkoop bouwkavel na opsplitsing perceel is row

gepubliceerd op: 12 maart 2026

Een man heeft interesse in een te koop staand perceel met boerderij en opstallen met een agrarische bestemming. Nadat hij bij de gemeente heeft geïnformeerd naar de mogelijkheid van een bestemmingswijziging, koopt hij het perceel met de boerderij en opstallen. Zodra de bestemmingswijziging een feit is, splitst hij het perceel in een woonperceel met boerderij en een bouwkavel. Eind 2018 wordt het woonperceel met boerderij verkocht voor € 550.000. De man behoudt eerst de bouwkavel, maar verkoopt deze later toch door voor € 650.000. De inspecteur merkt het voordeel bij de verkoop van de bouwkavel aan als row en legt een navorderingsaanslag IB 2018 op

Op 14 december 2018 is de toenmalige vriendin van de man middels een allonge met terugwerkende kracht als koper aan de koopovereenkomst toegevoegd. De inspecteur slaat de man daarom aan voor de helft van de verkoopopbrengst van de bouwkavel. Aan de inmiddels ex-vriendin wordt geen navorderingsaanslag opgelegd.

Hof Den Haag stelt vast dat de man de volgende werkzaamheden heeft verricht om het perceel rendabel te maken. Zo heeft hij:

  • een verzoek ingediend voor bestemmingswijziging en splitsing;
  • een bestemmingsplan laten opstellen,
  • het traject onderzocht en begeleid.

Volgens het hof gaan deze handelingen het normaal, actief vermogensbeheer te boven met het oogmerk om een voordeel te behalen en in de verwachting dat dit voordeel redelijkerwijs ook haalbaar was. Het is volgens het hof ook aannemelijk dat de aankoop moest worden gefinancierd uit de verkoop, gezien de financiële positie van de man. Daarnaast was het voordeel ook objectief te verwachten, omdat een woonbestemming en splitsing waardeverhogend zijn. De navorderingsaanslag IB 2018 is terecht opgelegd.

Geen strijd met gelijkheidsbeginsel

De man stelt nog dat het in strijd is met het gelijkheidsbeginsel dat bij hem het voordeel wel als row is aangemerkt, terwijl bij zijn ex-vriendin dat niet is gebeurd. Het hof oordeelt dat de man en de ex-vriendin feitelijk niet dezelfde positie innamen. Het is aannemelijk dat zij geen partij was in de ontwikkelingsfase, maar het project vooral meefinancierde uit eigen middelen.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.