Formeel Recht

Geen belastingrente over periode waarin Belastingdienst al beschikte over te betalen bedrag

gepubliceerd op: 29 november 2022

Aan een besloten vennootschap (hierna: de vennootschap) is bij een derde voorlopige aanslag vennootschapsbelasting belastingrente in rekening gebracht. Daarbij was ook rente in rekening gebracht over de periode 1 juli 2017 tot 24 maart 2018. Het belastingbedrag waarover die rente is berekend, was toen al betaald, aangezien de vennootschap het bedrag van de eerste voorlopige aanslag al had overgemaakt. In geschil is of deze belastingrente terecht is berekend. De Hoge Raad overweegt dat de verzuimrenteregelingen waarbij de fiscale wetgever heeft willen aansluiten, een nog niet betaalde hoofdsom veronderstellen en te compenseren renteschade.

In het onderhavige geval ontbreken zowel de niet betaalde hoofdsom als de renteschade, voor zover het de periode betreft waarin de Belastingdienst beschikte over het verschuldigde belastingbedrag. In zoverre is daarom geen belastingrente verschuldigd, oordeelt de Hoge Raad.

De Hoge Raad doet de zaak af. Aan de vennootschap is over het op grond van de derde voorlopige aanslag te betalen bedrag van € 14.478 ten onrechte belastingrente in rekening gebracht over de periode van 1 juli 2017 tot 24 maart 2018. De Belastingdienst beschikte in deze periode immers al over dit bedrag, vanwege de door de vennootschap betaalde eerste voorlopige aanslag. De Hoge Raad merkt nog op dat belastingrente wordt berekend over de periode tussen de dagtekening van een aanslagbiljet en de uiterste datum waarop de desbetreffende belastingaanslag moet zijn betaald. Oók in gevallen waarin die aanslag vóór het einde van de betaaltermijn is betaald.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.