Formeel Recht

Geen recht op immateriële schadevergoeding

gepubliceerd op: 06 september 2022

Een vrouw komt in bezwaar tegen een aanslag IB/PVV. De inspecteur besluit geheel tegemoet te komen aan het bezwaar, om een beroepsprocedure te voorkomen. Hij kent de vrouw een bezwaarkostenvergoeding toe van € 498 op basis van wegingsfactor 1. Zij gaat toch in beroep en bepleit een wegingsfactor 1,5 voor de bezwaarkostenvergoeding. Hof Amsterdam oordeelt, anders dan de rechtbank, dat de vrouw recht heeft op een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding. Met als reden dat de procedure pas eindigt als er is beslist over het geschil en alle daarmee samenhangende kosten. Hoe kijkt de Hoge Raad hiernaar?

De Hoge Raad oordeelt dat de redelijke termijn eindigt na de uitspraak waarmee het geschil over de belastingheffing ten einde is gekomen. De termijn loopt niet door wanneer de rechter nog bij afzonderlijke uitspraak moet beslissen op een verzoek tot vergoeding van immateriële schade. Hetzelfde geldt voor andere verzoeken die niet de hoofdzaak betreffen, zoals verzoeken om vergoeding van proceskosten. Een geschil kan ook ten einde komen met een kennisgeving van de beslissing van de inspecteur, waarbij niet enkel betekenis toekomt aan de formele uitspraak op bezwaar. In dit geval is met een eerdere brief (waarin de inspecteur kenbaar heeft gemaakt tegemoet te komen aan het bezwaar van de vrouw) een einde gekomen aan de redelijke termijn. Van overschrijding van de redelijke termijn is geen sprake. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de staatssecretaris gegrond, vernietigt de hofuitspraak en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.