Aandachtspunten bij aftrek grote liquidatieverliezen
Sinds 2021 worden extra voorwaarden gesteld aan de aftrek van liquidatieverliezen, die meer bedragen dan € 5 miljoen. Zo geldt als voorwaarde dat het ontbonden lichaam is gevestigd in Nederland, een andere EU-/EER-lidstaat of een staat waarmee de EU een specifieke associatieovereenkomst heeft gesloten (territoriale voorwaarde). Ook dient de belastingplichtige doorslaggevende zeggenschap te hebben in het ontbonden lichaam (kwantitatieve voorwaarde). De belastingplichtige moet in beginsel vijf jaren voorafgaand aan het voltooien van de vereffening van het vermogen van het ontbonden lichaam, onafgebroken aan deze twee voorwaarden hebben voldaan.
Het toetsmoment is het moment dat onmiddellijk voorafgaat aan het tijdstip van de voltooiing van de vereffening van het vermogen van het ontbonden lichaam. De vereffening moet zijn voltooid binnen drie jaar na staking van de activiteiten of het besluit om te liquideren. Worden die drie jaar niet gehaald, dan geldt een zware tegenbewijsregeling. Er moeten dan aantoonbaar juridische beletselen zijn buiten de invloed van de belastingplichtige, die de oorzaak zijn van het niet halen van de driejaarstermijn.
Let op overige voorwaarden!
Behalve dat de vereffening moet zijn voltooid, mag de onderneming van het ontbonden lichaam niet elders binnen de groep worden voortgezet. Oók niet als vaste inrichting. Daarnaast mag er geen andere mogelijkheid van verliesbenutting zijn. Het door het ontbonden lichaam geleden verlies mag niet overgaan op een andere persoon of ander lichaam. In Nederland zal zich dat niet snel voordoen, omdat in Nederland verliezen subjectgebonden zijn. Maar in sommige andere landen bestaat die mogelijkheid wel (‘group relief’).
Bij het beoordelen van een liquidatieverlies van een tussenhoudster geldt een zogenoemde ‘doorkijkbepaling’. Kortgezegd komt deze erop neer dat gekeken moet worden of het liquidatie- of stakingsverlies ook had kunnen worden genomen indien:
- de tussenhoudster wordt weggedacht; en
- de belastingplichtige het belang in de te liquideren vennootschap of gestaakte activiteiten direct zou hebben gehouden.