DCF-methode voor waardering van accountants- en administratiekantoren (2)
Het grote nadeel van de vuistregelmethodes, is dat ze vooral naar het verleden kijken en niet naar het toekomstige verdienvermogen van een bedrijf. Het verdienvermogen wordt afgeleid uit de verwachte toekomstige netto-kasstromen die door het over te nemen kantoor kunnen worden gegenereerd. Die netto-kasstromen bepalen of er kan worden geïnvesteerd. Door deze kasstromen contant te maken wordt door de koper de investering gewaardeerd. De hoogte van de disconteringsvoet die wordt toegepast, geeft aan welk risico door de koper wordt ervaren en dus de kans dat de aankoopsom wordt terugverdiend uit deze netto-kasstromen en - niet onbelangrijk - op welke termijn.
De meest gangbare methode is dan ook de Discounted Cash Flow (DCF-) methode. De waardeberekening vanuit DCF is theoretisch gezien de maximale prijs die een koper over heeft voor een kantoor. Kopers kijken dus naar rendement, verwachtingen en risico’s. Bij de risico’s kan gedacht worden aan mogelijk vertrek van klanten en medewerkers na een overname en cultuurverschillen tussen koper en verkoper, maar bijvoorbeeld ook het opleidingsniveau van de medewerkers van het over te nemen kantoor.
Voor de DCF-methode wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde vrije kasstroom. Dat is de kasstroom die een onderneming niet hoeft te herinvesteren om de toekomstige geldstromen op het geprognosticeerde niveau te houden. Anders geformuleerd: de vrije kasstroom is het geld dat in principe kan worden uitgekeerd aan de vermogensverschaffers (eigen en vreemd) zonder daarbij het geld genererend vermogen van de onderneming aan te tasten.
Tip
Waardering van een kantoor is meer dan kijken naar de cijfers uit het verleden. Bij waardebepaling is een toekomstvisie nodig, prestaties uit het verleden spelen daarbij een ondergeschikte rol. Voor een koper is het toekomstperspectief in feite het enige wat telt.