Geschil over recht van doorvaart tussen bewoners percelen aan het Balkengat
Een eigenaar van een perceel aan het Balkengat heeft drie meerpalen geplaatst in de watergang van het perceel, waardoor de bewoners van het aangrenzende perceel niet meer naar de rivier De Spaarne kunnen varen. Mag dat? De bewoners van de verschillende percelen aan het Balkengat hebben al in 1999 met elkaar afgesproken dat ze over en weer via de watergangen op de percelen naar de Spaarne mogen varen. Om dit juridisch te regelen, zijn er zogenoemde erfdienstbaarheden gevestigd. Bij de splitsing van een van de percelen (hierna genoemd perceel A en perceel B) is de erfdienstbaarheid voor perceel B niet ingeschreven in het kadaster.
De erfdienstbaarheid voor perceel B is daarmee niet tot stand gekomen, maar het is op zichzelf aannemelijk dat de (vorige) bewoners dit wel hebben willen regelen. De (nieuwe) bewoners van perceel B hebben de rechtbank gevraagd om te bepalen dat zij door de watergang van het perceel mogen varen. Zij zijn van mening dat het recht van doorvaart is verkregen, omdat op het moment van splitsing te goeder trouw gebruik wordt gemaakt van de doorvaart. Gaan deze bewoners gezellig bootje varen op de Spaarne komende zomer?
Recht van doorvaart geregeld?
De rechtbank kent het recht van doorvaart toe. De (nieuwe) bewoners van perceel A zijn het hiermee niet eens en gaan in hoger beroep. Zij doen een beroep op artikel 2:23 BW en menen dat het beroep op verkrijging te goeder trouw niet moet worden aanvaard. De (vorige) bewoners van perceel B hadden namelijk – door het kadaster te raadplegen – kunnen weten dat er geen recht van doorvaart was geregeld. Het gerechtshof geeft de (nieuwe) bewoners van perceel A gelijk. De Hoge Raad oordeelt genuanceerder. De strekking van artikel 3:23 BW is eigenaren van onroerend goed beschermen tegen aanspraken van derden. In dit geval heeft de vorige eigenaar van perceel B de erfdienstbaarheid willen vestigen, maar nagelaten om dit recht in te (laten) schrijven in het kadaster. In zo’n geval kan niet zomaar worden aangenomen dat er geen sprake is geweest van gebruik van de watergang te goeder trouw.
Als je meer wilt weten over deze uitspraak van de Hoge Raad of van goederenrecht in het algemeen kun je contact opnemen met onze specialist: mr. Natasja Rensen van Avanti Jure.