Onderneming en Recht

Schriftelijkheidsvereiste bij aankoop bouwgrond

gepubliceerd op: 16 januari 2024

Op grond van artikel 7:2 BW moet een koopovereenkomst met betrekking tot een ‘tot bewoning bestemde onroerende zaak’ schriftelijk worden aangegaan. Dit is een vereiste. Is hier niet aan voldaan, dan is er geen overeenkomst tot stand gekomen. Deze overeenkomst moet ter hand worden gesteld aan de koper. Vanaf dat moment heeft de koper 3 dagen bedenktijd. Deze bescherming is niet van toepassing als het geen tot bewoning bestemde onroerende zaak betreft. In een recente zaak kwam de vraag aan de orde wanneer hier sprake van is.

In die zaak had een koper een bouwkavel gekocht van de verkoper. De rechtbank heeft een prejudiciële vraag gesteld, die ziet op de vraag of dit moet worden aangemerkt als een tot bewoning bestemde onroerende zaak. De Hoge Raad oordeelt dat het beslissend is of de verkoper zich bij de overeenkomst tegenover de koper heeft verplicht om een woning te leveren. Of er ten tijde van de totstandkoming van de koopovereenkomst feitelijk sprake is van een woning, is een belangrijk – maar geen beslissend – gezichtspunt bij de beantwoording van deze vraag.

Heeft de verkoper zich verplicht tot het leveren van een woning, dan zijn het schriftelijkheidsvereiste en de bedenktijd van toepassing. Heeft de verkoper zich enkel verplicht tot het leveren van een perceel grond, dan zijn deze bepalingen niet van toepassing. Hiervoor is het niet relevant of het perceel de publiekrechtelijke bestemming ‘wonen’ heeft, of het perceel als bouwkavel is verkocht, of dat de verkoper wist dat de koper het voornemen had om op het perceel een woning te laten bouwen.

Voor vragen kun je contact op nemen met een van onze experts, mr. Pascalle de Hoon of mr. Natasja Rensen. Zij zijn als advocaat werkzaam voor Avanti Jure, dat samenwerkt met Fiscount.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.