Help – ik heb een pandrecht op een onoverdraagbaar recht!
In sommige gevallen kan het handig zijn om een pandrecht te vestigen op een goed of een vordering van een schuldenaar. Indien blijkt dat de schuldenaar zijn vordering niet nakomt, kun je verhaal doen op de opbrengst van het pandrecht. Concreet houdt dit in dat je de goederen verkoopt of de vorderingen int. Er zijn echter situaties denkbaar van goederen die niet verpandbaar zijn. Zo stond de Hoge Raad laatst voor de vraag of een goed verpandbaar is, waarvan de overdraagbaarheid rechtsgeldig was uitgesloten.
De Hoge Raad oordeelt dat er op alle goederen die voor overdracht vatbaar zijn, een recht van pand of hypotheek kan worden gevestigd. In beginsel is een goed overdraagbaar, maar de overdraagbaarheid van vorderingsrechten kan bijvoorbeeld door een beding tussen partijen worden uitgesloten. Om te bepalen of een vorderingsrecht waarvan de overdraagbaarheid is uitgesloten wel kan worden verpand, is de tekst van het onoverdraagbaarheidsbeding relevant.
Als uitgangspunt hierbij geldt dat alleen een verbintenisrechtelijke werking is beoogd. In dat geval staat een dergelijk beding niet aan een verpanding in de weg. Indien naar objectieve maatstaven blijkt dat goederenrechtelijke werking is beoogd, leidt dit wel tot de onverpandbaarheid van dat goed.