Onevenredig benadeeld door te late kennisname appeldagvaarding – of toch niet?
Nadat er vonnis is gewezen, hebben beide partijen drie maanden de tijd om hoger beroep in te stellen als ze het niet eens zijn met het vonnis. Hoger beroep wordt ingesteld door het betekenen van een appeldagvaarding. Dit gebeurt door de deurwaarder. De dagvaarding moet in ieder geval voor afloop van de beroepstermijn betekend zijn. In een recente zaak heeft de tegenpartij het exploot pas 14 dagen na afloop van de hoger beroepstermijn ontvangen. De Hoge Raad moest oordelen of deze partij daardoor onredelijk was benadeeld.
Relevant in deze zaak is dat de appeldagvaarding één dag voor de beroepstermijn is betekend. De appeldagvaarding is achtergelaten aan een vrouw die werkzaam was bij het bedrijfsverzamelgebouw waarin het kantoor van de advocaat van de verweerder was gevestigd. De dagvaarding is in het postvakje van de advocaat geplaatst, die de dagvaarding pas 14 dagen later heeft aangetroffen. Verweerders in cassatie doen een beroep op de nietigheid van het exploot, omdat de dagvaarding hen niet tijdig had bereikt.
Het hof volgde het standpunt van verweerders. De Hoge Raad deed dit niet en oordeelde dat verweerders niet hebben aangetoond dat zij door de late kennisname van het exploot werden bemoeilijkt in het voeren van verweer in hoger beroep. De verweerders hebben enkel aangevoerd dat zij ervan uit mochten gaan dat er geen hoger beroep werd ingesteld. Dit belang weegt minder zwaar dan het belang dat het geschil aan een inhoudelijke beoordeling door de appelrechter kan worden onderworpen.