Binnen welke termijn moet verzekeraar beroep doen op mededelingsplicht?
Als verzekeringnemer moet je voor het sluiten van een verzekeringsovereenkomst alle feiten en omstandigheden mededelen die relevant zijn voor de vraag of de verzekeraar de verzekering wil afsluiten. Dit is bij wet geregeld. Als de verzekeraar ontdekt dat een verzekeringnemer zich niet aan deze verplichting heeft gehouden, dan kan deze weigeren om tot uitkering over te gaan. Welke omstandigheden zijn in dit geval relevant? In de eerste plaats moet duidelijk zijn dat de verzekering niet was gesloten als de verzekeringnemer openheid van zaken had gegeven. Of dat de verzekering op basis van andere voorwaarden zou zijn gesloten.
Een verzekeraar moet daarbij een beroep doen op de gevolgen van de schending van de mededelingsplicht binnen de wettelijke vervaltermijn van twee maanden. Dit betekent dat de verzekeraar binnen twee maanden nadat hij heeft ontdekt dat de verzekeringnemer niet alle relevante feiten en omstandigheden heeft medegedeeld, dit schriftelijk moet melden aan de verzekeringnemer. Daarbij dient de verzekeraar ook de gevolgen te benoemen. Maar wanneer begint die termijn van twee maanden eigenlijk te lopen?
De Hoge Raad heeft uitgelegd dat: ‘de termijn van twee maanden pas gaat lopen als de verzekeraar voldoende zekerheid heeft verkregen dat de verzekeringnemer diens mededelingsplicht niet is nagekomen. Het is afhankelijk van de omstandigheden van het geval wanneer de verzekeraar de bedoelde zekerheid heeft verkregen, en of en in welke mate van de verzekeraar mag worden verwacht dat hij onderzoek doet nadat hij aanwijzingen heeft gekregen dat de verzekeringnemer diens mededelingsplicht niet is nagekomen’.