HR(2): BOR bij opgaan in bestaande bv van overgenomen activa-passiva
Op dezelfde dag deed de Hoge Raad ook twee andere uitspraken over de BOR, met eenzelfde strekking maar met een andere uitkomst. Deze uitspraken betreffen holdings die aandelen in dochter-bv’s houden, die binnen de 5-jaarstermijn alle passiva en activa van een andere bv in dezelfde branche hebben gekocht. In dat geval is volgens de Hoge Raad de BOR wel van toepassing op de gehele schenking van de aandelen in een holding. De passiva en activa vormden op het moment van de aankoop weliswaar een zelfstandige onderneming, maar zijn daarna opgegaan in het ondernemingsvermogen van de dochter-bv. Deze dochter-bv was op het moment van de schenking al langer dan 5 jaar in het bezit van de holding.
Gaan de gekochte activa en passiva van een onderneming dus binnen de 5-jaarstermijn op in het ondernemingsvermogen van een bestaande dochter-bv van de holding, dan wordt bij schenking van de aandelen in de holding het ondernemingsvermogen van de bestaande dochter-bv getoetst aan de bezitseis/ondernemingseis. Als deze dochter-bv daaraan voldoet, is de BOR in zoverre van toepassing op de geschonken aandelen van de holding.
Gaan de activa en passiva van de overgenomen onderneming niet op in het ondernemingsvermogen van een dochter-bv van de holding? In dat geval worden de overgenomen activa en passiva bij schenking van de aandelen in de holding gezien als een zelfstandige onderneming en als zodanig getoetst aan de bezitseis/ondernemingseis. In zoverre is de BOR dan niet van toepassing op de waarde van de geschonken aandelen van de holding. Klik hier voor de andere uitspraak van de Hoge Raad met dezelfde strekking.
Opgaan in
Of de passiva en activa van een aangekochte bv of onderneming opgaan in een bestaande onderneming of in het ondernemingsvermogen van een bestaande bv, is in de praktijk niet altijd even eenvoudig vast te stellen. Veel hangt af van onder meer de aard van de ondernemingsactiviteiten, de organisatie en van de verwerking in de administratie. Er zal bijvoorbeeld geen discussie ontstaan in de situatie waarin een autofabrikant een fruithandel overneemt. De ondernemingen hebben geen enkel raakvlak met elkaar en worden elk zelfstandig getoetst. Maar als de overname een motorhandel betreft, wordt het al een stuk lastiger. Er kan dan mogelijk wel sprake zijn van ‘opgaan in’. Hierover zullen ongetwijfeld weer nieuwe discussies met de Belastingdienst ontstaan.