Fiscaal

Voortvarendheidseis beperkt niet navordering box-3-inkomen in derde landen

gepubliceerd op: 15 juni 2017

Een inspecteur legt in drie zaken binnen de 12-jaarstermijn navorderingsaanslagen op over box-3-inkomen buiten de EU. De belanghebbenden stellen dat die termijn niet geldt en dat de aanslagen niet voldoende voortvarend zijn opgelegd. De verlengde navorderingstermijn is een beperking, die Nederland alleen mag handhaven in het kapitaalverkeer met derde landen op grond van de standstillbepaling van artikel 64, lid 1 Verdrag betreffende de werking van de EU (VWEU). De Hoge Raad oordeelt dat deze bepaling geldt voor beperkingen die op 31 december 1993 bestonden. De 12-jaarstermijn voldoet hieraan, dus is navordering mogelijk.

Beperkingen in het kapitaalverkeer tussen EU-lidstaten en derde landen is op grond van het EU-recht in beginsel verboden. De inspecteur kan dan alleen navorderen als hij kan aantonen dat hij voldoende voortvarend heeft opgetreden bij het opleggen van de aanslagen (de voortvarendheidseis). Er geldt echter op grond van de standstillbepaling een uitzondering voor oudere beperkingen die al bestonden op 31 december 1993 (voor sommige EU-lidstaten geldt een afwijkende datum). Omdat de verlengde navorderingstermijn valt onder deze bepaling en de inspecteur binnen die termijn de aanslagen heeft opgelegd, wordt niet meer toegekomen aan de vraag of de inspecteur heeft voldaan aan de voortvarendheidseis. Zou hij de aanslagen niet binnen de 12-jaarstermijn hebben opgelegd, dan was dit wel getoetst.

De andere zaken zijn ECLI:NL:HR:2017:963 en ECLI:NL:HR:2017:843.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.