Formeel Recht

Boetes gematigd wegens oog voor menselijke maat

gepubliceerd op: 08 juni 2021

De bedrijfsactiviteit van een vof bestaat uit de exploitatie van een groothandel in hout en wordt gedreven door twee vennoten. Ondanks een e-mail van de boekhouder dat er veel te weinig omzetbelasting is aangegeven over de jaren 2014, 2015 en 2016, heeft de vof over deze jaren geen suppletieaangiftes ingediend. In deze procedure zijn de in verband hiermee opgelegde vergrijpboetes in geschil. Rekening houdend met strafverminderende en strafverzwarende omstandigheden, zijn boetes opgelegd van 25% voor de jaren 2014 en 2015 (uitgaande van opzet, gehalveerd) en van 12,5% voor het jaar 2016 (uitgaande van grove schuld, gehalveerd).

De vof stelt onder meer dat de suppletieverplichting van artikel 10a AWR en artikel 15 Uitv.besl. OB in strijd is met het nemo-teneturbeginsel. Rechtbank Gelderland geeft de vof geen gelijk. Zij is van oordeel dat artikel 10a AWR niet in strijd is met het nemo-teneturbeginsel, omdat het artikel past in het wettelijke systeem van de aangifteverplichtingen in de omzetbelasting. De vergrijpboete is nodig om ervoor te zorgen dat door afnemers aan leveranciers betaalde omzetbelasting ook daadwerkelijk in de schatkist vloeit. Met zelfincriminatie heeft dit niets te maken. De rechtbank acht de vergrijpboetes terecht en naar de juiste bedragen opgelegd.

Menselijke maat
De rechtbank ziet – gelet op de menselijke maat – wel aanleiding om de boetes met 20% te matigen wegens de totale hoogte van de bedragen die de vof moet betalen. Deze bestaan uit: de naheffingsaanslag (€ 274.928), de belastingrente (€ 28.161), de verzuimboete (€ 15.547) en de gezamenlijke vergrijpboetes van € 58.087. Dit afgezet tegen de beperkte omvang van de onderneming en de relatief beperkte verdiencapaciteit van de vof. De verzuimboete en de vergrijpboetes cumuleren bovendien, waardoor het te betalen bedrag aan boetes relatief hoog oploopt. De rechtbank acht het aannemelijk dat de vof en haar vennoten vrij lang tijd nodig zullen hebben om het totale bedrag terug te betalen. Daarom – en gelet op de menselijke maat – ziet de rechtbank aanleiding om de boetes met 20% te matigen (van 25% naar 20% en van 12,5% naar 10%). De boetes worden verder nog eens met 10% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Tip
Een boete kan om verschillende redenen te hoog zijn of ten onrechte zijn opgelegd. Heb je een klant aan wie een boete is opgelegd? Beoordeel dan of er juridische argumenten zijn waarom de boete moet worden vernietigd of verminderd. Zeker bij vergrijpboetes kunnen de financiële belangen groot zijn.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.