Kunnen de redelijkheid en billijkheid algemene voorwaarden opzijschuiven?
In een recent arrest van de Hoge Raad staan twee ondernemers lijnrecht tegenover elkaar in een geschil over clouddiensten. Partij B nam diensten af van partij A, waarbij volgens partij A sprake was van meerverbruik. Hierdoor zou partij B nog een aanzienlijk bedrag verschuldigd zijn. Hoewel tussen partijen niet ter discussie staat dat de algemene voorwaarden van partij A van toepassing zijn, bestrijdt partij B de daaruit voortvloeiende renteverhoging van 1,5% per maand en de gevorderde incassokosten. Welke argumenten voert partij B aan?
Partij B stelt dat de betreffende bepalingen in de algemene voorwaarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 2 BW) onaanvaardbaar zijn. Met name de gevorderde incassokosten van ruim € 63.000 zouden volgens partij B onaanvaardbaar zijn. Deze staan namelijk in geen enkele verhouding tot de daadwerkelijk gemaakte kosten.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de toewijzing van deze vordering niet enkel had mogen baseren op de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden. Het hof had hier specifiek moeten ingaan op het verweer van partij B; dat de toepassing van deze voorwaarden in dit geval onaanvaardbaar is. Door dit betoog onbehandeld te laten, heeft het hof onjuist geoordeeld. Hiermee bevestigt de Hoge Raad dat de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid altijd een rol kan spelen. Dus óók wanneer algemene voorwaarden rechtsgeldig van toepassing zijn. Een verweer dat hierop is gebaseerd, mag de rechter niet zonder motivering terzijde schuiven.
Wil je meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met mr. Natasja Rensen of mr. Pascalle de Hoon. Natasja en Pascalle zijn beiden werkzaam als advocaat bij Avanti Jure Advocaten, een samenwerkingspartner van Fiscount.